Naor-i’Żul

Naor-i'Żul - 󱀂󱀠󱀁󱀧󱀇󱁂󱀁󱀤󱁃󱀟󱀩󱀆

vlag

Het wapen staat voor de vier historisch belangrijke stamverbanden.

Volledige naam: 󱀇󱀠󱀔󱀒󱀠 󱀂󱀠󱀁󱀧󱀇󱁂󱀁󱀤󱁃󱀟󱀩󱀆
~ Raha Naor-i'Żul (Staat van Zon en Zee)
Hoofdstad: 󱀆󱀠󱀇󱀣󱀟󱀒󱀠 Laréżat (Let.: Kustfort)
Oppervlakte: 47 735,86 km²
Inwonertal: Naori, Naoriër
Staatsvorm: parlementaire republiek met getrapt kiessysteem. (zie administratieve indeling)
Demoniem: n.n.b.
Officiële taal: 󱀂󱀠󱀁󱀧󱀇󱀧 󱀏󱀠󱀓󱀢󱀇 | Naori, Naoro Ka'er
Nationale feestdagen: n.n.b.
Valuta: 󱀅󱀠󱀃 Zaṙṙa(t) (Letterlijk, goud), onderverdeeld in 12 Dizṙṙe)

Quickfinder
  • (wordt aangevuld)

Naor-i'Żul is een land op het oosten van het continent. De kust is bergachtig, het binnenland is vlakker. In het zuiden is het land zeer warm, met halfwoestijnen, in het noorden gematigd. Er zijn in het land een aantal meren en een aantal rivieren. In het westen grenst het land aan Alugarim (Al-Ugarim, 󱀆󱀠󱁂󱀁󱀩󱀑󱀠󱀇󱀤󱀕), in het Noorden aan Moxbibar (Mużvihár, 󱀕󱀩󱀟󱀚󱀤󱀔󱀡󱀇) en Diambura (Ḍembúra, 󱀋󱀢󱀕󱀙󱀪󱀇󱀠 en is er een riviergrens met Niringar (Ṅiringár, 󱀛󱀤󱀇󱀤.

Politiek en sociale en administratieve indeling

Naorische politiek is erg archaïsch. De Naorische regering wordt gekozen uit een raad van stamhoofden en stadshoofden (Tulm Ra’ztaro-i-Rasedaṭo). Deze raad wordt samengesteld uit stamhoofden en stadshoofden. Stamhoofden worden weer gekozen uit een stamraad, welke soort van democratisch verkozen wordt. Deze stammen (zeteri, mv. aztar) zijn over het algemeen relatief geografisch bijeen, maar de ‘grenzen’ hiervan lopen niet samen met administratieve indelingen. Stamlid ben je door geboorte of trouwen, of heel soms door ‘adoptie’. Deze stammen omvatten dus alleen mensen en geen grondgebied. Het kan dus zijn dat je buren bij een andere stam horen. Stammen zijn verantwoordelijk voor sociale zaken zoals uitkeringen, justitie binnen stamverband (buiten het stamverband wordt via speciale gerechtshoven geregeld) en zorg.

Voor zaken die geografisch geregeld moeten worden (wegen, nutsvoorzieningen) wordt een systeem van districten (omraq, mv. meraqa) gehanteerd. Deze zijn alleen aanwezig indien een gebied niet onder een stad valt. Deze zijn per zoveel gegroepeerd in zogenaamde arkana (ev. rekan), waarbinnen groter overleg plaatsvindt. Deze rekan zijn vooral historische regio's die nu vooral ceremoniële en ook emotionele waarde hebben.

Steden (isedoṭ, mv. sedaṭ zijn een combinatie van een zeteri en een omrak. Deze vervullen beide functies. Een belangrijk verschil is dat iedereen ‘lid’ kan worden van een stad. Dit gebeurd door bewoning. Iemand staat daarom nog steeds geregistreerd bij een stam als lid, maar is geen actief lid totdat deze (weer) buiten een stad gaat wonen.

Wetgevende en uitvoerende macht

Het dagelijks bestuur van het land gebeurt zoals gezegd door een regering gevormd uit leden van de Tulm. Deze leden hebben dus een dubbele functie, namelijk uitvoerende macht en wetgevende macht. Het staatshoofd is de minister van Algemene Zaken, qua functie vergelijkbaar met een premier. Het restant van de Tulm, die bestaat uit (nog nader te bepalen aantal) leden. Afhankelijk van de grootte zijn er per stam 1, 2, 3 of 4 afgevaardigden. Steden hebben minimaal 2 afgevaardigen, maar kunnen tot 5 hebben, in het geval van Laréżat.

Rechterlijke macht

De rechterlijke macht in Naor-i'Żul is complex georganiseerd. Binnen stammen is er een rechtsstelsel met twee 'niveaus', de stamrechtbank (ar-ramadr az-zeter'o) en de hogere stamrechtbank (ar-ramadr az-zeter'o an-nuzum). Deze rechters worden per stam op een andere manier aangesteld, maar dit wordt in theorie gecontroleerd door de overheid. In feite gebeurt dit niet altijd even zuiver. Het kan zijn dat de ene stam het democratisch regelt, en de volgende stam de posities per opbod verkoopt aan organisaties of rijke individuen. Dit rechtsstelsel bestaat ook binnen steden, maar daar gebeurt het aanstellen op dezelfde manier als in alle steden (ar-ramadr al-isedoṭo). Dit rechtsstelsel geldt alleen binnen twee partijen van dezelfde stam of stad. Daarbuiten bestaan er een zogenaamde tussenrechtbank (ar-ramadr as-sú'o), die de zaken van partijen uit twee verschillende stammen/steden afhandelt. Bij deze rechtbanken bepalen de rechters in samenspraak met een lekenjury (af-farúm) of iemand schuldig is of niet. Jurydienst is niet verplicht zoals in sommige Aardse landen, maar juryleden worden gekozen voor 5 jaar uit personen boven de 25 jaar die inkomstenbelasting betalen.

Boven de stam- stads- en tussenrechtbanken staat het landelijk gerecht (ar-ramadr ar-rahato). Deze behandelt hogere beroepen van hogere stamrechtbanken of tussenrechtbanken. Daarboven staat de hoogste rechtbank (ar-ramadr ar-rahato an-nuzum), die de uitspraken van lagere rechters controleert en cassaties behandelt. De rechters van deze raad worden door de overheid aangesteld voor het leven en zijn vaak ervaren. Deze handelen zonder jury.

Voor stamverband en tussenrecht bestaan er ook arbitrageraden (Jaṡer), wier uitspraken, mits wettelijk, een bindende status hebben. Hogere rechtbanken kunnen deze uitspraken controleren en zo nodig herroepen.