Imir̈t

Imir̈t - 󱀁󱀤󱀕󱀤󱀇󱀫󱀈󱀫

Vlag

Volledige naam: 󱀑󱀠󱀌󱀠󱀄󱀧󱀄󱀠󱀄󱀫󱀏󱀤󱀕󱀤󱀈󱀇󱀫󱀑󱀧 Gangasosaskimiturgo (‘Rechtsstaat Imir̈t’)
Oppervlakte: 63.543,98 km² (mogelijk te herzien na wijziging kustlijn)
Staatsvorm: demarchische kritarchie

Inwonertal: 11 270 051 (2018 / -2021)
Bevolkingsgroei: 1,6% (2017 / -2022)
Officiële taal: (de facto) Imir̈taane
Godsdiensten: So'en-Cultus

Hoofdstad: Kulunggaze
Administratieve indeling: dertien arrondissementen, verdeeld in een totaal van 75 kantons
Staatshoofd en regeringsleider: de Hoogste Rechter ( 󱀄󱀨󱀌󱀫󱀔󱀄󱀢, Soonghuse) Keenas Ellivaars, sinds 2004 / -202Ѧ
Minister van buitenlandse zaken: Hoogmagistraat Kalligis Rtuveene, sinds 2012 / -2025

Hoogste berg: Husorg
Langste rivier: Nggee
Grootste meer: Paaramonggoogo, of kortweg ook Monggo

Valuta: 󱀊󱀠󱀃󱀙 Dartube
Beroepsbevolking: landbouw 28%, industrie 29%, diensten 43%

Geschiedenis (en religie)

Religieuze achtergrond
Imirt heeft een cultus opgebouw rondom de Godin van het Recht 󱀄󱀧󱀓󱀢󱀂󱀫 So’en, die orde aanbracht in het godenrijk door regels te introduceren en straffen uit te delen aan wie ze niet handhaafde. Het eerste deel van het heilige boek S’arngwis beschrijft vervolgens hoe de ene na de andere godheid een overtreding beging en als straf als mens op aarde gezet werd, een speciaal voor hen gecreëerde gevangenis waarin de mensheid optreedt als ‘cipiers’ die door goed en volgens het Recht te leven de goden opgesloten houden (dit wordt beschouwd als de Goddelijke Taak die So’en aan de mensheid heeft opgedragen).

De So’en-Cultus kent een jaartelling die terugloopt tot aan het moment waarop het Definitieve Recht gesproken wordt; momenteel (2019) is het het jaar -2020. (Het is waarschijnlijk dat de religie over 2020 jaar ontmaskerd wordt, aangezien er dan waarschijnlijk niets gebeurt, maar tot die tijd hangt het als een zwaard van Damocles boven de hoofden van de gelovigen.)

Niet leven volgens het Recht van So’en heeft als gevolg dat de gevangenis waarin de andere goden opgesloten zijn (de aarde) kan destabiliseren; een ontsnapping van de andere goden maakt de aarde overbodig en leidt dus onherroepelijk tot het einde ervan. Voor straf zal de mensheid dan door eeuwige Chaos geteisterd worden.

Aan het eind van een mensenleven vindt er snelrecht plaats: de ziel van de overledene krijgt dan een voorlopig vonnis om hetzij in de Goddelijke Orde te worden opgenomen (bij een onberispelijk leven), hetzij in Chaos te vervallen (bij een slecht leven), hetzij te reïncarneren in een nieuwe mens als er geen eenduidig vonnis geveld kan worden. Op het moment waarop het Definitieve Recht gesproken wordt, worden deze vonnissen permanent. Het tot die tijd omzetten van vonnissen in een ander vonnis is mogelijk, en wordt (schandelijk) gebruikt als drukmiddel op de levenden om hun gedrag te beïnvloeden: een voorvader die in de Goddelijke Orde terechtgekomen is, kan vanwege overtredingen van een nakomeling maar zo alsnog gereïncarneerd worden, terwijl er ook voorouders uit de Chaos gehaald kunnen worden om opnieuw te reïncarneren.

Er bestaat een verschil tussen Goddelijk Recht en Wereldlijk Recht. De geestelijkheid vertegenwoordigt het eerste; de politiek (zie onder) het tweede.

Historische gebeurtenissen (voorstel)
De bovenstaande cultus ontstond tussen 2000 en 2500 jaar geleden in het gebied rond de huidige stad B . Verspreiding ervan zorgde ervoor dat traditionele adel geleidelijk werd uitgefaseerd en een steeds groter gebied feitelijk bestuurd werd door de geestelijkheid, geleid door het Driemanschap van de Toren van So’en in de toenmalige hoofdstad D .

Dit Driemanschap onderdrukte het volk steeds meer en in de 1770 (213Ѧ) leidde dit tot de Driemannenrevolutie, waarbij een woedende menigte de Toren bestormde, de daar aanwezige schatten en wapens buitmaakte (er is nooit met zekerheid vastgesteld hoeveel onschatbare voorwerpen die dag zijn verdwenen) en de leden van het Driemanschap lynchte. Vele hoge geestelijken werden in de periode die volgde terechtgesteld. Kloosterlingen en lagere geestelijken hielden zich vanaf dat moment op de achtergrond, waardoor de cultus uiteindelijk uit het openbare leven verdween en een eerder persoonlijk karakter kreeg.

Het op poten zetten van een vervangende regering ging niet zonder slag of stoot en werd misbruikt door opportunisten die de macht in handen wilden nemen. Diverse kortstondige leiders passeerden de revue tot in 1778 (2135) de generaal-magistraat Ivarmo Parmas aan de macht kwam en zich in 1781 (2133) tot koning van Imirt liet kronen.

Daarna: verovering groot deel continent (vanaf 1785? (2130?)), terugslag en nederlaag (rond 1800? (2122?)). Parmas wordt gearresteerd en ingemetseld in de Toren van So’en.

Daarna: huidige staatsinrichting op poten gezet op basis van Parmas’ hervormingen van het wereldlijk rechtssysteem.

Wanneer? : Verlies noordwestelijk grondgebied aan Alugarim.

Politiek

Imirt is een kritarchie, dwz het land wordt bestuurd door rechters. Er zijn drie bestuurslagen: (van laag naar hoog) 'kantons', 'arondissementen', en de hoogste laag (namen definitief vast te stellen).

Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
Niet alle rechters kunnen in het bestuur (magistratuur) terechtkomen. Kantonrechters worden door loting voor een periode van drie jaar aangewezen uit afgestudeerde juristen (dit kunnen ook andere juristen zijn dan rechters).

Arondissementsrechters zijn wel rechters en worden door loting voor een periode van vijf jaar in de magistratuur benoemd.

De zeven Hoge Rechters worden (opnieuw door loting) voor het leven benoemd en dienen summa cum laude te zijn afgestudeerd in de rechtspraak. De Hoogste Rechter (Soonghuse) is primus inter pares en kan als het staatshoofd van Imirt beschouwd worden. De Hoge Rechters dragen de titel Hoogmagistraat en fungeren als een soort minister. Hoewel hun aantal bij wet vaststaat, kunnen ze naar believen ‘onderministers’ aanwijzen ter ondersteuning van hun taken.

Controlerende macht
Het volk controleert de uitvoerende macht via organen die jury's genoemd worden. Jaarlijks wordt door loting in elk kanton, arondissement en op nationaal niveau een jury aangewezen die (meestal in de maanden voor de zomer) het uitgevoerde beleid evalueert. Leden van deze jury's zijn mensen met een salaris dat in belastingklasse 2 of hoger valt (nationaal klasse 3 of hoger).

Het beleid wordt gepresenteerd en vervolgens verdedigd en belasterd door ‘advocaten’, die de jury proberen te overtuigen waarom het beleid wel of niet goed is geweest. Opvallend is dat hier zelden over details gesproken wordt: het gehele beleid wordt op één hoop gegooid. De tegen-advocaten komen vaak met eisen voor verandering, heel soms ook met een eis tot vervanging van de rechters (wraking, wat betekent dat een rechter voor het einde van zijn termijn ontslagen wordt), maar dit is eerder uitzondering dan regel. De Soonghuse en de Hoogmagistraten kunnen niet gewraakt worden, dus dan zijn het hun ‘onderministers’ die de laan uitgestuurd worden.